Echt geloof of schijngeloof

Handelingen 4:32-37 – 32 En de menigte van hen, die tot het geloof gekomen waren, was één van hart en ziel, en ook niet één zeide, dat iets van hetgeen hij bezat zijn persoonlijk eigendom was, doch zij hadden alles gemeenschappelijk. 33En met grote kracht gaven de apostelen hun getuigenis van de opstanding des Heren Jezus, en er was grote genade over hen allen. 34Want er was ook niet één behoeftig onder hen; want allen, die eigenaars waren van stukken grond of van huizen, verkochten die en brachten de opbrengst van de verkoop en legden die aan de voeten der apostelen; 35en aan een ieder werd uitgedeeld naar behoefte.

36En Jozef, die van de apostelen de bijnaam Barnabas gekregen had – wat betekent: zoon der vertroosting –, een Leviet, uit Cyprus afkomstig, 37die eigenaar was van een akker, verkocht die en bracht het geld en legde het aan de voeten der apostelen.

Handelingen 5:1-11—Ananias en Saffira–1En een zeker man, met name Ananias, met zijn vrouw Saffira, verkocht een eigendom, 2hield iets van de opbrengst achter, met medeweten van zijn vrouw, en bracht een zeker deel en legde het aan de voeten der apostelen. 3Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? 4Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. 5En bij het horen van deze woorden viel Ananias neder en blies de adem uit. En een grote vrees kwam over allen, die het hoorden. 6En de jonge mannen stonden op en legden hem af, en zij droegen hem uit en begroeven hem.

7En het geschiedde na verloop van ongeveer drie uur, dat zijn vrouw binnenkwam, onkundig van wat er gebeurd was. 8En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt gij het stuk land voor zoveel verkocht? En zij zeide: Ja, voor zoveel. 9En Petrus zeide tot haar: Hoe hebt gij kunnen overeenkomen om de Geest des Heren te verzoeken? Zie, de voeten van hen, die uw man hebben begraven, zijn aan de deur en zij zullen ook u uitdragen. 10En zij viel terstond neder voor zijn voeten en blies de adem uit; en de jonge mannen kwamen binnen en vonden haar dood en zij droegen haar uit en begroeven haar bij haar man. 11En een grote vrees kwam over de gehele gemeente en over allen, die dit hoorden.


Preek Hand 5: 1 tot 11-Végső; Zwolle 12 juli 2026–Echt geloof of schijngeloof? En wat is het verschil?

Broeders en zusters!

We concentreren vanmiddag op drie punten of beter: drie lijnen in gemeenteopbouw—Barnabas -Ananias en Safira—God en onszelf

Gemeente van Christus, wat dacht u een week terug, toen we het Bijbelgedeelte van Handelingen 4 in Vianen …lazen?   Waarom is  het voorbeeld van Barnabas zo zeldzaam in onze dagen…?  De Hongaren uit Nederland kregen ooit een stuk land in Vianen voor godsdienstige doeleinden.  Heldhaftige geschiedenis in vergelijking met de huidige slapheid….

Maar, dit terzijde. Terug tot de Bijbel, en niet al te veel treuren over de verliezen in Vianen: moet een leugen over de opbrengst van een stuk land zo uitzonderlijk hard gestraft worden als in Handelingen 5? Gemeente, het is niet makkelijk om hier niet over te spreken. Als predikant voel je de verzoeking om dit over te slaan. Maar we geloven toch dat het woord van God is. Heel de schrift is toch van God ingegeven.

Belangrijk om te kijken naar het verband waarin deze geschiedenis staat beschreven. Het staat niet op zichzelf…

Lukas vertelt daar dat niemand in de gemeente gebrek leidt. Een ieder kreeg uitgedeeld naar behoefte. Onroerend goed werd verkocht, de opbrengst werd bij de apostelen gebracht. Die zorgden voor de armen. Mooi is dat om te zien. De eerste christelijke gemeente is in zorg en liefde op elkaar betrokken. Hier zie je wat er gebeurt, als de Heilige Geest mensen vervult. Waar geloof gewerkt wordt; daar wordt de vrucht zichtbaar. Echt geloof maakt diaconaal bewogen ook in onze dagen…

In dat verband valt de naam van Josef of Barnabas. Zoon van de vertroosting. Hij speelt verschillende keren de rol van vertrooster. Je vraagt je af, waarom hij apart genoemd wordt?

Hij is niet de enige die zijn bezit verkocht heeft. Verschillende uitleggers denken dat hij uit Cyprus kwam. Een leviet uit Cyprus. Een jood uit de diaspora. Het Joodse volk woonde grotendeels buiten Israël. Ze hadden bij Jeruzalem een stuk grond gekocht. De Messias zou daar terugkomen. Als je dan daar begraven bent, ben je er als eerste getuige van. Maar hij geloofde dat Jezus al gekomen was! Hij was een discipel van Hem. Hij hoeft niet bang te zijn dat hij de opstanding zal missen. Een begraafplaats voor straks is niet meer nodig. Hij kan die gerust verkopen.

Ook het woordje Leviet is belangrijk (vers 36). Dat waren priesters uit de stam van Levi. Die levieten mochten geen akker of land bezitten. Die moesten in hun onderhoud voorzien door de de tienden van de offers, die zij brachten. Numeri 18:20: in het land zult u geen erfelijk bezit nemen, geen aandeel in het midden van hen, Ik ben uw deel, Ik ben uw erfelijk bezit.

Die Barnabas had wel een stuk land. De Geest laat zien: dit is niet goed. Dit komt niet overeen met de wet van Mozes. In de kracht van de Geest breekt Barnabas met deze zonde. Hij schuift zijn bezit aan de kant. Hij volgt Christus.

Kijk, hier wordt het zichtbaar dat zijn geloof echt is. De vrucht van de Geest wordt zichtbaar. Zijn medemens komt in het vizier. De opbrengst houdt hij niet voor zichzelf, maar hij bestemde de opbrengst voor de arme broeders en zusters.

Barnabas houdt ons hierin een spiegel voor. Wil je weten of je geloof echt is? Kijk naar Barnabas. Daar zie je het, dat zijn geloof echt is. Met het hart. God staat op de eerste plek in zijn leven. En dat is de vraag van vanmiddag…. Vertrouwen wij zo op de Heere God? Of op ons geld, op ons bezit? Durf je zo op God te vertrouwen dat je durft te delen van wat je is toevertrouwd? Alles wat ik heb, daar heb ik niet zelf voor gezorgd, maar dat heb ik ontvangen van God. Zo zie je, dat echt geloof zichtbaar wordt . Het maakt gehoorzaam.

Zoals Bonhoeffer mooi zegt: alleen de gelovige gehoorzaamt en alleen de gehoorzame gelooft. Dat zie je bij Barnabas. Zijn geweten wordt scherp. Hij ziet wat er niet goed is in zijn leven en verkoopt dat stuk grond en deelt wat hij heeft.

We gaan nu naar Ananias en Saffira. Wat was er zo verkeerd? Deze geschiedenis is een spiegelverhaal. Naar buiten toe lijkt wat Ananias en Saffira doen op wat Barnabas doet.

In werkelijkheid is het het tegenovergestelde. Het is slechts een deel van de opbrengst (vers 2). Dus, Barnabas geeft alles. Ananias doet alsof hij alles geeft.

Waarom deden ze zo? Dat staat er niet met zoveel woorden, gemeente, maar allereerst speelt eerzucht een rol. Hij is op zijn eigen eer gesteld. Hij wil dat iedereen zijn hoed afneemt. Ananias en Saffira willen geëerd worden door de mensen. Over Barnabas zal straks heel positief gesproken worden. Wat zal het mooi zijn als ze dat ook doen over Ananias en Saffira. Heb je het al gehoord, Ananias en Saffira hebben ook hun land verkocht…

Ook hebzucht speelde een rol. Een deel van de opbrengst hielden ze achter. Het was toch hun geld. Je weet nooit wat er kan gebeuren in de toekomst. Iets achter de hand hebben is handig. Ze hadden vooraf afgesproken, met medeweten van zijn vrouw, om een deel van de opbrengst voor zichzelf te houden. Samen besloten ze dat te doen, beide zijn dus ook verantwoordelijk voor de manier waarop ze te werk gaan.

Nee, niet dat ze verplicht waren dat geld weg te geven. Het was een vrijwillige zaak. Petrus zegt dat in vers 4. Je had het niet hoeven te verkopen. Je wordt er niet toe gedwongen. Bovendien, met de opbrengst had je kunnen doen wat je wilde. Je had het niet hoeven weggeven. Het punt is: je hebt gelogen. Uit de reactie van Petrus blijkt dat Ananias en Saffira zich veel beter voordeden dan ze waren. Bedrog, schone schijn. Dat maakt zoveel stuk: schone schijn. Kijk mij eens, een vrome christen zijn. Maar ondertussen doe je dingen die lijnrecht daar tegenin gaan. Je schendt de naam en zaak van God.

De Geest maakt Petrus duidelijk dat Ananias liegt. In vers 3 een beschuldiging: “Satan heeft je hart vervuld. Je hebt gelogen. Een deel van de opbrengst heb je voor jezelf gehouden. Je wilt je voordoen als vol van de Geest. Maar je bent vol van de geest van Satan”.

Kijk, gemeente, hier botsen niet alleen Petrus en Ananias. Nee, hier botsen twee geesten met elkaar. Hierachter zit de grote tegenstander van God. Die tegenstander van God, die Satan, kan het niet hebben dat de gemeente in vrede en liefde leeft. Eerst heeft hij vervolging gestuurd, van buitenaf. Nu van binnenuit, gaat hij op een hele slinkse manier het werk van God imiteren. De duivel is een echte nepper en topper en influencer… Luther noemt hem de aap van God. Hij doet net wat God doet…

Maar wat Satan doet, daar is Ananias toch niet verantwoordelijk voor? Maar Ananias is geen slachtoffer, hij heeft zichzelf bewust voor het kwaad opengesteld. Petrus zegt: je hebt deze daad voorgenomen. Je hebt het samen afgesproken. Je hebt gelogen tegen de Heilige Geest. Je hebt tegen God zelf gelogen.

Ananias hoort die woorden. De beschuldiging treft hem dodelijk. Petrus gaf Saffira de kans de zonde op te biechten. Ze had eerlijk kunnen zijn, maar deed het niet. En ook haar trof de straf.

Het gebeuren met Ananias en Saffira leidde bij allen die daar waren tot grote vrees. Angst, ontzag. Daar wordt in vers 5 en 11 tot twee keer toe gesproken. De gemeente is verslagen, diep onder de indruk van dit oordeel van God. Dat is begrijpelijk, het is zo heftig! En daarom, als derde de vraag: wat zegt dit over de Heere God en onszelf?

Die vraag blijft knellen: waarom zo’n forse maatregel? Kon het niet minder, met een waarschuwing? Uitleggers wijzen op parallellen in het Oude Testament. De geschiedenis van Achan in Jozua 7. De stad Ai konden ze niet innemen vanwege de zonden van Achan. Achan heeft een deel van de buit van Jericho onttrokken (hetzelfde woord als hier, in de Septuaginta). Achan dacht het te kunnen verbergen. Achan wordt gestraft met zijn hele gezin. Deze geschiedenis doet hieraan denken.

De gemeente is een lichaam met verschillende ledematen. Als onze lever of nieren niet functioneren, heeft dat gevolgen voor het hele lichaam. Als een lid zondigt, is dat schadelijk voor de hele gemeente. Onze God is een heilige God. Het luistert ontzettend nauw.

De tweede parallel in Leviticus 10. Twee zonen van Aaron, Nadab en Abihu, brengen een verkeerd reukwerk; een vreemd vuur. Minderwaardig voor God. Niet wat God vroeg. De reactie van God is verschrikkelijk: een felle vlam verteert Nadab en Abihu. Ook dan volgt een snelle begrafenis.

Waarom grijpt God zo in? Omdat deze geschiedenissen ons duidelijk maken: God is een heilig God. God is God. Geen mens. Hij is totaal anders dan u en ik. Geen vriendje. God is groot en indrukwekkend. Groot van heerlijkheid, geen enkel gebrek. Hij bewoont een ontoegankelijk licht waar een mens niet kan wonen. We zouden verteerd worden.

Het wonder van het evangelie is, dat die God, bij wie niemand kan wonen, contact zoekt met ons. Hij deed dat in de tabernakel, in de tempel. Daar wilde de Heilige wonen bij zondige mensen. En in het Nieuwe Testament komt God nog dichter bij. Jezus wilde onder ons wonen. Hij heeft onder ons gewoond. Dan wordt het nog intiemer met Pinksteren: sinds Pinksteren woont de Geest in de gemeente. In u en jou of in de stenen… Paulus zegt in 1 Korinthe 3: weet je niet dat je de tempel van God bent? Dat de Geest in je woont?!

Als God zo dichtbij komt, dan wordt Hij niet minder heilig. Dan wordt onze eredienst en gemeente-zijn meer heilig. Door die aanwezigheid van God! Beseffen we dat? Geen ruimte voor onheiligheid, leugen, onreinheid. Wees heilig, want Ik de HEERE uw God ben heilig. De apostelen nemen dat woord over. De gemeente is een heilige plaats. Paulus zegt dat in 1 Korinthe 3: als iemand die tempel van God, de gemeente, te gronde richt, dan zal God diegene te gronde richten. Want de tempel is heilig en de tempel bent u.

God regent niet continu vuur van de hemel. En niet voortdurend vallen mensen dood neer bij een leugen. Dan zou het heel stil zijn in de kerk hier. Maar als we bewust de Geest bedriegen, dan maakt de HEERE duidelijk: Ik ben de heilige God. De zonde blijft niet ongestraft. Als je dat tot je door laat dringen, maakt dat heel stil en klein. Stil van ontzag. Wie is een God zoals U! Groot van macht en heerschappij. Er kwam grote vrees over de gemeente en over allen die dit hoorden…

Gemeente, herken je dat, ik bedoel, dat je wel eens geschrokken bent van God? Dat je onder de indruk bent geraakt van Zijn grootheid, heiligheid. Wie bent U?! Wij denken zo snel: God vergeeft toch wel. Je kunt altijd bij Hem terecht. Maar ondertussen loop je over Hem heen. Maar dat is echt spelen met vuur. God laat niet met Zich spotten, zegt Hij vanmiddag. Je kunt de Geest niet voor de gek houden met je schijnvroomheid. God weet wat ons bezielt. Hij ontmaskert ons. Daarom staat deze geschiedenis in de bijbel. Niet om eruit te scheuren, zo van: dit is een achterhaald godsbeeld. Nee. Om ons eerlijk te maken: is het goed met God en mij? Zijn mijn zonden afgewassen door het bloed van Christus? Of is het meer een vorm?

Dat is de bedoeling vandaag, dat we ons afvragen, op wie lijk ik? Op Barnabas of Ananias en Saffira? Die wilden van twee walletjes eten: God en de mensen. Gemeente, die dubbelheid kan er zomaar bij ons zijn. Stukken van ons leven en hart: verboden toegang voor de Heilige Geest. Dat zijn dingen waar je niet mee wilt breken. Je image voor de mensen. Of geld dat je moet verdienen. Of vul het maar in wat het voor jezelf is. Gemeente, hoe is dat, in ons leven? Ik zei het net: in de gemeente bevinden we ons in de aanwezigheid van God. Hier en nu. Er is geen ruimte voor leugen en dubbelheid. Kan de Geest Zijn werk doen onder ons? Of zijn er belemmeringen in ons leven? Het zoeken van eigen eer, bedrog, leugen. Vergaren van zoveel mogelijk geld en bezit? Als ik nadenk over de kerk in Europa: kan de Geest wel Zijn werk doen onder ons? Of zijn er bepaalde gebieden die we hebben afgesloten voor Hem? Gemeente, God is een heilig God. De zonde kan voor Hem niet bestaan.

God laat zich niet tegenhouden door leugens en schijnvroomheid. God grijpt soms hard in. Dat recht heeft Hij. Onze God is zelf niet buiten schot gebleven. Als we kijken naar Zijn lijden en sterven op Golgotha. Christus hing daar vanwege onze dubbelheid. Hij laat ons zien hoe we daarvan bevrijd kunnen worden. Dat je leert gehoorzamen, zoals Barnabas. Christus deelde alles. Zelfs Zijn leven voor ons. Daar gaat het om: zo leven voor God. Alles voor Hem. Dat kan alleen door de kracht van de Geest. Niet door de geest van de tegenstander.

Laat het ons gebed zijn lied, nr. 473 uit het rode liedboek – die heb ik allereest in Moordrecht geleerd en gezongen in 1983—Neem mijn leven, laat het, Heer,-toegewijd zijn aan uw eer.-Maak mijn uren en mijn tijd-tot uw lof en dienst bereid.—Neem mijn zilver en mijn goud,-dat ik niets daarvan behoud’.-Maak mijn kracht en mijn verstand tot een werktuig in uw hand.–Neem ook mijne liefde, Heer;
‘k leg voor U haar schatten neer.–Neem mij zelf, en t’ allen tijd—ben ik aan U toegewijd.-Broeders en zusters. Als we naar oriëntatiepunten zoeken in de gemeenteopbouw, laten we ons de oude richtlijnen herinneren: alleen de gelovige gehoorzaamt en alleen de gehoorzame gelooft.

Gemeente: Kan de Geest Zijn werk doen onder ons? God weet wat ons bezielt.
Lof zij U Christus ! Amen

Preek van János M. Hermán, verkondigd te Zwolle in de Hongaarse Dienst (gehouden in de Lutherse kerk) op 12 juli 2026.