Luk 15:11-32
Gemeente, enkele jaren geleden werd mij in een gesprek met collega-predikanten gevraagd: wie zie je voor je wanneer je preekt? Verloste heiligen? Mensen die het evangelie nog moeten horen? Een mengeling van beide? Ik antwoordde dat voor mij de gelijkenis van de verloren zoon bepalend is. Ik zie ons allemaal ergens op de weg van die zoon. Ik weet niet waar iedereen in de kerk zich bevindt, maar ik mag wel spreken over die Vader: Buiten het Vaderhuis is geen leven, alleen zonde, verdriet en dood. Er is een weg terug, door Jezus Christus. En wie tot de Vader terugkeert, mag hopen op Zijn vergevende omarming. Daarom is dit verhaal altijd actueel: het vertelt ons over Gods natuur, en ook onze natuur. We zullen nu de weg van de verloren zoon volgen om te kijken, in welke episode wij ons het meest herkennen.
De jongste verloren zoon 1. Bij de Vader. De zoon leeft veilig in het huis van zijn vader, maar beseft niet hoe goed hij het heeft. Wat vanzelfsprekend is, kan hoogmoedig maken. 2. Opstand tegen de Vader. “Vader, geef mij het deel dat mij toekomt.” In feite zegt de zoon: ik wil mijn eigen leven leiden, zonder u. Dat is de kern van de menselijke opstand tegen God. 3. Het verspillen van de erfenis. In een ver land verkwist hij alles. Zo gebruikt de mens de gaven van God vaak voor verkeerde doeleinden. De zonde belooft vrijheid en vervulling, maar laat leegte achter. 4. Het dieptepunt. Hij belandt tussen de varkens en verlangt naar hun voedsel. Voor een Jood was dat een beeld van uiterste onreinheid. Soms kan een mens zo ver van God raken dat een ander leven nauwelijks meer voorstelbaar lijkt. 5. Het keerpunt. Dan denkt hij: ik heb toch een Vader. Hij besluit terug te keren en om vergeving te vragen. Dat is bekering: de omkeer van de mens naar God. 6. De Vader wacht. Terwijl de zoon nog ver weg is, ziet de vader hem al aankomen, rent hem tegemoet en omarmt hem. Dat is het karakter van God: Hij ontvangt de berouwvolle zondaar met open armen. 7. Echt berouw. De zoon zegt: “Ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet waard uw zoon genoemd te worden.” Genade maakt hem niet zorgeloos, maar juist diep bewogen over zijn schuld. 8. Herstel. De vader kleedt hem als zijn zoon, brengt hem binnen en laat een feestmaal bereiden. De verloren zoon is weer thuis. Zo begint voor de gelovige een nieuw leven uit genade.
Herken u zichzelf ergens op deze weg? De boodschap blijft: er ís een Vader. Buiten Hem is geen leven. Maar wie met een nederig hart tot Hem terugkeert, wordt niet afgewezen.
De oudste verloren zoon In de tweede helft van de gelijkenis blijkt dat er nóg een verloren zoon is. De oudste zoon blijft buiten staan. Hij is boos dat zijn broer wordt ontvangen met een feest. Zijn verwijt is niet alleen moreel, maar ook economisch: de vader had zijn bezit al onder beide zonen verdeeld. Alles wat nu aan de jongste wordt gegeven, lijkt uit zijn erfdeel te komen. Daarom vertelt Jezus deze gelijkenis niet alleen om de jongste zoon te tekenen, maar vooral om de houding van de oudste zoon aan het licht te brengen. Er zijn meerdere lagen van betekenis: 1. Farizeeën en zondaren De directe aanleiding staat in Lukas 15: tollenaars en zondaars kwamen naar Jezus luisteren, terwijl de Farizeeën morden: “Deze Man ontvangt zondaars en eet met hen.” De jongste zoon beeldt de afgedwaalde zondaar uit; de oudste zoon, de religieus trouwe mens die moeite heeft met Gods genade voor anderen. De één moet leren niet vast te houden aan de zonde, de ander niet aan zelfrechtvaardigheid. 2. Joden en heidenen Later zagen kerkvaders zoals Ambrose of Milan en Augustine of Hippo in de oudste zoon een beeld van Israël en in de jongste zoon een beeld van de heidenen. Dat is niet de oorspronkelijke betekenis van de gelijkenis, maar het sluit wel aan bij het bredere evangelie: Gods genade is voor alle volken. 3. Broeders en zusters in de kerk Ook onder gelovigen kan de geest van de oudste zoon leven: vasthouden aan eigen gelijk, trots, trouw of geleden onrecht. Maar als Gods genade groot genoeg is voor mij, dan is zij ook groot genoeg voor mijn broer of zus. Daarom zegt de vader: “Kind, jij bent altijd bij mij, en al het mijne is van jou. Maar wij moesten vrolijk zijn, want deze broer van jou was dood en is weer levend geworden; hij was verloren en is gevonden.” Wie werkelijk uit genade leeft, leert zich niet alleen te verheugen over zijn eigen vergeving, maar ook over de terugkeer van een ander.
De Zoon die ontbreekt
Nog één gedachte. In de gelijkenis horen wij over een vader en twee zonen, maar niet over de ware Zoon van de Vader. Juist daarin wordt Jezus zichtbaar. Als de zoon die “ontbreekt” in de gelijkenis. We leren hem kennen door wat niet beschreven wordt. Hij is niet als de jongste zoon die het Vaderhuis verlaat voor eigen genot. Hij verlaat het Vaderhuis om te zoeken en te redden wat verloren is. En Hij is niet als de oudste zoon die weigert te delen in het feest. Hij geeft Zichzelf volledig om verlorenen terug te brengen bij de Vader. Daarom is de uitnodiging van het evangelie: keer terug. De Vader staat gereed om verlorenen te ontvangen, en wie in zelfrechtvaardigheid volhardt, wordt nog steeds genodigd: kom toch naar binnen.
Amen.
Vertaling van een preek van Csongor Kelemen, verkondigd te Zwolle in de Lutherse Kerk, op 14 juni 2026
