De sprint naar het graf

Lukas 24: 1-12

“Het gebeurde in een zucht… drie keer knipperen met je ogen… en het is voorbij…” – zulke woorden hoor ik vaak wanneer mensen terugkijken op hun leven. Hoe snel hun kinderen groot zijn geworden… hoe snel de jaren zijn gegaan… hoe ze ineens bij hun 50-jarig huwelijk of hun 80ste levensjaar zijn aangekomen. Ze hebben veel meegemaakt, veel gedaan, veel genoten en geleden… maar wanneer ze terugkijken, lijkt alles zo ongelooflijk snel te zijn gegaan. Verbluffend snel… bijna beangstigend snel. En voordat we denken dat dit typisch iets van onze tijd is – de Schrift zegt hetzelfde. Ons leven is als een bloem die snel verwelkt, zegt Psalm 103. Of zoals Psalm 90 het zegt: als gras dat ’s morgens opkomt en ’s avonds verdort. Zelfs Abel, de eerste mens die stierf, draagt een naam die “adem” of “zucht” betekent. De diagnose van de Schrift is duidelijk: ons leven is een sprint richting het graf.

Hoe komt dat? Ligt het aan ons gevoel voor tijd? Of komt het omdat we eigenlijk voor meer gemaakt zijn? Dat ons leven te kort is voor wat God oorspronkelijk bedoeld had? Of ligt het ook aan onze levensstijl, dat wij alles najagen wat ons hart begeert? En ja, dat is een oud probleem – maar onze tijd versterkt het. Onze sprint naar het graf wordt alleen maar hectischer.

Petrus, de sprinter

Ook de Schriftlezing van vandaag laat ons een sprint zien – maar een heel andere. Niet een sprint die eindigt in de dood, maar een die uitloopt op de opstanding. De discipelen horen dat het graf leeg is. Ze geloven het niet. Maar Petrus staat op en rent naar het graf. Hij buigt zich voorover, ziet de linnen doeken liggen, en gaat verwonderd weg. Die sprint van Petrus zegt veel over hem. Als we zijn leven overzien, zien we een man die altijd in beweging is. Hij laat zijn netten achter en volgt Jezus. Hij stapt uit de boot op het water. Hij spreekt als eerste: “U bent de Christus.” Hij belooft trouw tot de dood. Hij verzet zich, grijpt naar het zwaard, valt en verloochent, huilt bitter… en nu rent hij naar het graf. En later springt hij opnieuw het water in om naar Jezus toe te gaan. Petrus is een man van impulsen. Hij handelt snel, volgt zijn hart, doet wat hem op dat moment het beste lijkt. En juist daarom is hij zo wisselvallig. Zijn leven lijkt op golven – hoogtepunten en dieptepunten. Waarom? Omdat hij zijn hart volgt. En de Schrift zegt: het hart is bedrieglijk.

Het “Disney-evangelie”

En dat is precies de boodschap die onze cultuur voortdurend verkondigt: “volg je hart”. Doe wat goed voelt. Doe wat je gelukkig maakt. Je hoort het overal – in films, muziek, verhalen. Maar wat gebeurt er als je dat doet? Dan ga je van het ene naar het andere. Dit maakt me gelukkig… dat ook… dat wil ik ook nog… die baan, dat huis, die reis, die ervaring… En voor je het weet kijk je terug en vraag je: wat heb ik eigenlijk gedaan? Het voelde als een sprint… en alles waar ik voor leefde, blijkt leeg. De Schrift waarschuwt: verzamel geen schatten op aarde, maar in de hemel. Richt je leven niet naar je verlangens van het moment, maar naar de wil van de Vader. Dat betekent niet dat gevoel waardeloos is. Kijk naar Petrus – soms bracht zijn impulsiviteit hem juist dichter bij Jezus. Maar zijn hart bracht hem ook tot diepe val.

Daarom: luister naar je hart, maar volg het niet blind. Een wijze manier van leven is misschien dit: leef zo dat je niet alleen doet wat nú goed voelt, maar ook wat morgen en overmorgen standhoudt. En daar helpt het evangelie bij. Want het opent een nieuw perspectief: de eeuwigheid. Het leven is niet slechts een korte zucht waarin we alles moeten proppen. Nee, het staat in het licht van het eeuwige leven.

Kijk naar Petrus. Hij rent naar het graf. Zijn leven lijkt een zucht. Maar deze sprint verandert alles. Hij keert niet meer terug als dezelfde. Hij loopt terug in verwondering. Het geloof leert je om stil te staan, om anders te kijken – vanuit Gods perspectief. Dat je leven een doel heeft dat verder reikt dan dit moment. Dat je daden eeuwige betekenis hebben. Misschien heeft Petrus dat beseft: heb ik deze man verloochend?

Maar het evangelie is dit: Jezus neemt hem (en ons) aan

Dat is het wonder. Jezus wijst Petrus niet af. Hij neemt hem aan – mét zijn impulsieve, onrustige hart. God neemt ook ons gebroken hart en maakt het weer heel. Hij vergeeft zonde – dat is Goede Vrijdag. Het kruis is verzoening. Het is het sterven van onze oude mens. En dat besef doet ons rennen – naar het kruis, om ons daaraan vast te klemmen. Maar het evangelie stopt daar niet. De opstanding roept ons om te rennen naar het lege graf – om daar nieuw leven te ontvangen. En dat nieuwe leven? Dat is geen sprint meer naar de dood. Het is een weg van het graf af. Weg van het oude, gejaagde, rusteloze leven. Voor ieder die het leven ervaart als een vermoeiende sprint – klinkt de roep: zoals een hert verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U. De weg naar Christus is open.

Ren naar Hem toe. Vlucht tot Hem. En wanneer je het wonder ziet – ontvang dan de vrede die alleen Hij kan geven. Hoop op Hem. Hef je ogen omhoog. En je zult God nog loven. Amen.

Vertaling van een preek van Csongor A. Kelemen, voor het eerst verkondigd te Zwolle in de Lutherse Kerk op 6 april 2026