Heb geduld tot de Heer komt

Schriftlezing: Jacobus 5:7-11

Lieve broeders en zusters!

Als we aan een sterke persoon denken zien we gespierde armen, dikke, sterke benen en brede schouders voor ons. Zulke mensen kunnen we zien bij Studio Sport of in de media als ze verslag doen van b.v. de Olympische Spelen. Bij sterke mensen zouden we echter niet de biceps in beeld moeten brengen maar met röntgenbeelden de motor van het lichaam, het hart tonen. Dit kleine en onzichtbare, constant kloppende lichaamsdeel geeft het lichaam immers de zichtbare kracht en het succes na een lang strijd.

De apostel Jacobus schrijf zijn brief aan de zwakke, verstrooide en vervolgde christenen. Zij werden vervolgd door de wereldlijke en de economische machten. De apostel zegt over hen: “Zijn het niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechter slepen?” De wereldlijke leiders konden destijds de Christenen niet uitstaan. Daarnaast bracht ziekte ook veel pijn en verdriet onder hen. Ze werden verzwakt door interne en externe problemen en bevonden zich niet in een makkelijke positie. Het was zo erg dat Jacobus zelf later vermoord werd te midden van een groot bloedvergieten. De christenen in Jacobus tijd ondergingen zware beproevingen voor hun geloof.

De problemen stonden niet op zichzelf. Wanhoop en ontmoediging gingen hand in hand met lichamelijk lijden en zwakte. Geestelijke verzwakking ging gepaard met afvlakking of verlies van het geloof.

Niet lang geleden las ik over een oude vrouw die voor de oorlog een trouwe kerkganger was. Als gevolg van de wreedheden in de oorlog was ze veranderd. Vanaf dat moment bad ze niet meer en ging ze niet naar de kerk. Het lijden daagt juist het geloof van de mens uit. Tijdens een aardbeving, een oorlog, maar ook in een familieconflict kan men soms moeilijker bidden tot God. Wij ervaren dat het bidden ook moelijker gaat als we in strijd leven of ziek zijn, want dan verzwakt ook ons geloof.

De apostel Jacobus raadt aan de verdrukten een medicijn aan. Dit medicijn is niets anders dan geduld, of zoals de Statenvertaling zegt: lankmoedigheid. Twee keer zegt hij tegen hen: ‘wees geduldig’. Het Griekse woord wat hier gebruikt is, is moeilijk te vertalen. Letterlijk zegt hij dat ze langdurig geduld moeten hebben. Hij zegt dat ze in het lijden en in de verdrukking vol moeten houden. Jacobus spreekt heel nuchter tot hen. Hij laat hen ook weten dat het lijden niet snel ophoudt. Dat ze vol moeten houden in ziekte. Dat ze ook rekening moeten houden met langdurige interne conflicten.

Geduld is beter dan tolerantie omdat het een bewust doel heeft. Een geduldig mens verwacht iets, die hoopt dat er verandering in de situatie komt. Die verandering wil hij afwachten. Een geduldig mens is niet iemand die berust in zijn situatie, maar iemand die weet dat hij moet wachtten tot zijn doel bereikt is. Een geduldig mens wacht tot de juiste tijd gekomen is. Een geduldig mens vertrouwt sterk erop dat God zijn lijden beëindigt, trouw beloont en het kwaad stopt. Hij weet ook dat het niet uit eigen kracht, gehaastheid of prestaties komt maar door Gods barmhartigheid. De geduldige mens wacht tot God door zijn genade het lot van de wereld in zijn handen neemt.

De apostel Jacobus neemt zijn eerste voorbeeld uit de natuur. Een boer kan alleen maar een geduldig mens zijn. Hij weet dat de oogst voor het grootste deel ervan afhangt of het regent en of het weer meewerkt. Jacobus spreekt hier over de vroege en late regens. In Israël begint het regenseizoen in oktober en eindigt het begin april. In de herfst bevochtigen de regens de dorre grond. Door die regen kan de grond geploegd en later ingezaaid worden. De late regens vallen in april, dat is net genoeg om het graan van vocht te voorzien en te laten groeien. Daarna komt weer de droge periode. In deze periode zou de meeste regen moeten vallen. Als er in deze periode geen regen valt, draagt het niet bij aan de goede groei. Als er geen regen valt in de verwachtte periode verdorren de planten. De boer wacht op het moment dat de hemel zijn zegen geeft. Zo zouden wij ook moeten wachten tot het moment dat God zijn zegen over ons uitstort. We moeten veel verdragen tot onze Hemelse Hulp komt, maar God zal op zijn tijd zijn Hulp naar jou toesturen, zijn medicijn voor jouw problemen, zijn remedie voor jouw lijden. Daarop moet je met geduld wachten.

De apostel Jacobus spoort daarom de gelovigen aan om hun hart te versterken. Opdat ze te midden van de beproevingen ervoor zorgen dat hun hart niet ontmoedigd wordt, het hen niet tot ondergang, roekeloosheid of strijd brengt, en dat ze kracht blijven houden om te wachten op Gods verlossing. We hebben voor het wachten innerlijke kracht nodig die in staat is om onze daden, woorden en doen en laten in deze wereld te vervullen met Zijn rust en vrede. Er is innerlijke hartskracht nodig om de beproevingen, die op ons af komen, te kunnen doorstaan.

De apostel noemt hier 2 dingen. De eerste is om niet over elkaar te klagen. Het tweede is om kracht te putten uit voorbeelden van diegene die trouw zijn gebleven tot het einde. Dus om niet te klagen over onze broeders en zusters maar te kijken naar diegene die hun strijd al gestreden hebben en daarvoor door God beloond zijn. Anders gezegd, laten we het niet over het kwaad in de mens hebben maar over de liefde die in hen straalt.

Het is belangrijk om te zien dat Jacobus zich hier uitspreekt tegen het klagen. Om concreter te zijn, hij leert ons om niet over elkaar te klagen, elkaar te bekritiseren en niet steeds elkaar de slechte gewoonten en fouten te verwijten. Dus hij roept de christenen op om geen tijd te besteden aan de fouten van de ander. Zulke daden versterken niet maar verzwakken het hart veeleer. Veel Christenen hebben iets tegen de ander. We kunnen de ander die naar de kerk gaat makkelijk bekritiseren. We kunnen grieven uit het verleden makkelijk ophalen of uitgebreid praten over de fouten van de ander. Negativiteit ontmoedigt de ander alleen maar. Wie voortdurend over de ander negatief praat komt zelf snel in bitterheid terecht, want hij denkt dat er buiten hem niemand goed is in deze wereld. En dat versterkt het geloof niet.

Jacobus wijst ons erop dat als je over de ander klaagt, je kortzichtig wordt. Dan vergeet je dat de Rechter voor de deur staat. Hij die de zonde van jouw broeders en van jou oordeelt, komt spoedig. Daarom zou je je niet met de fouten van de ander moeten bemoeien, maar je zou vergeving moeten vragen voor jouw eigen fouten. Als je over de ander oordeelt doe je kwaad voor de ander, je eigent jezelf het recht toe wat alleen God voor zichtzelf heeft voorbehouden. Als je jouw broeder of zuster beklaagt, zeg je daarmee eigenlijk dat je geen tijd hebt om op God te wachten tot Hij hem op juiste weg brengt. Terwijl Hij, die oordeelt, al voor de deur staat. Hij is dicht bij jouw broeder of zuster en ook dicht bij jou. Dus verspil jouw tijd niet met oordelen over en bekritiseren van de ander, want als je dit doet maak je jouw eigen leven zuur.

Gods woord wijst ons erop om, in plaats daarvan, op te merken wat kostbaar en voorbeeld gevend is in de ander. Kijk naar de mensen die hun aardse wedloop al gelopen hebben en al gewonnen hebben. Vergelijk jezelf met hen en neem hen als voorbeeld. De atleten observeren urenlang de bewegingen van hun grote voorbeelden om die te leren en toe te passen. Wat het geduld betreft hebben we al een paar goede lessen gehad. De profeten waren Gods mensen in goddeloze tijden. Ze hebben de mensen Gods wegen gewezen. Maar het volk luisterde niet naar hen. De mensen hebben bijvoorbeeld Jeremia meerdere keren geslagen, geboeid, gevangengezet en in de beerput gegooid. Maar het ergste is dat ze nooit naar hen hebben geluisterd. Ze hebben hem verteld dat hij een landverrader is, dat hij voor het geld profeteert en geen respect heeft voor het geloof. Ze sluiten Ezechiël op in een huis, keren zich volledig tegen hem. Ze doen in alles het tegenovergestelde van wat de profeten hen zeggen. Ondanks dat, wat doen deze profeten? Ze blijven wachten. Te midden van zware tijden wachten ze tot God het zondige hart van zijn volk geneest. Ze wachten tot de rijken teruggeven wat ze gestolen hebben. Ze wachten tot de koningen stoppen met afgoderij. En ze zijn in dat wachten het krachtigst. Ze houden het vol in de gevangenissen, te midden van de gevaren, want ze wachten op Gods verschijning die de wereld veranderd.

Fouten zijn er genoeg. In jou, in mij, in iedereen. Wil je daarin verder gaan? Of ben je misschien zover om je hart te versterken met het geloof van de profeten, of in de volharding van Job in zijn lijden? Of kijk naar Paulus, die gestenigd werd, geslagen, opgesloten in de gevangenis en zelfs in zijn eigen gemeente niet gerespecteerd werd. Deze Paulus heeft het ondanks alles tot aan het einde volgehouden. Zijn wonden genazen. Hij heeft zelfs tegenover zijn tegenstanders gestaan. Hij leerde zijn gemeenten om het goede te kiezen. Deze Paulus heeft gewonnen. Hij draagt met vreugde zijn kroon die voor hem in de hemel is gemaakt. Kijk bijvoorbeeld naar Job, die zelfs zijn gezin verloor, van wie het lichaam onder de zweren zat en van wie zijn eerdere vrienden alleen op zijn ondergang uit waren. Uiteindelijk volgde hij God en kreeg hij in veelvoud terug wat hij verloren had. Of kijk naar diegene die voor hun geloof zijn gedood, of naar de voor de wereld onbekende heiligen die overleden zijn in geloof. Hun voorbeelden versterkt de harten. Zij zijn tot het einde trouw gebleven. Ze namen tijd om te wachten tot hun oogst rijp was. Versterk uw harten!

Lankmoedigheid komt niet door zwakte maar van een sterk geloof. Het bekritiseren van de ander daarentegen komt door een zwak geloof, vanuit het gebrek aan kracht. Laten we lankmoedig zijn, laten we geduldig zijn met onze broeders en zusters en met onze wereld. Want als we zo handelen zullen we de rijping van de vruchten ervaren door Gods genade.

Preek van dr. Zsolt Barta. Zwolle, 12 december 2021