Deuteronomium 32:7 Denk aan de dagen van vroeger tijd; let op de jaren van generatie op generatie. Vraag het uw vader, hij zal het u vertellen, vraag het uw oudsten, zij zullen het u zeggen.
Waarom gedenken wij het verleden? In mijn jonge jaren heb ik een wijsheid gehoord: „Degenen die zich het verleden niet kunnen herinneren, zijn gedoemd het te herhalen” – Het stamt af van de Spaanse filosoof en schrijver George (Jorge Santayana). Toen ik het in mijn jeugd hoorde… was ik er helemaal weg van… niet alleen omdat ik het heel wijs vond… niet alleen omdat ik ook veel interesse had voor geschiedenis, maar ook omdat ik met het idealisme van de jeugd keek naar de wereld: “inderdaad, wij moeten de fouten van vroegere tijden niet herhalen, maar leren, en zo als mensheid beter en beter worden.”
Nu wil ik niet zegen dat ik veel wijzer ben geworden dan in mijn jeugd… maar wél dat ik er achter ben gekomen dat er een heel specifieke kijk op de geschiedenis schuilt achter dit gezegde. Want als je zegt: het herhalen van de geschiedenis is een straf en een oordeel – dan ga je daarvan uit, dat wij vandaag het aan het betere einde hebben, en wij als mensen al verder zijn gekomen dan onze voorvaderen… dan is er een soort van progressie is. Ik denk dat dit de reden is waarom er vandaag door velen met een valse arrogantie wordt gekeken naar het verleden.
Maar Gods Woord is daar veel nuchterder in. De Bijbel kijkt niet naar het verleden met een vals idealisme: vroeger was alles beter. En ook niet met een valse arrogantie: wij zijn al veel verder dan onze voorvaderen. Maar in de ogen van de schrijvers van de Bijbel is de geschiedenis… het voortgaande verhaal van een eeuwig en heilig God met de tijdelijke en zondige mens. De Bijbel doet bijzonder veel moeite om aan te tonen dat alle helden van het verleden gebrekkige mensen waren… – behalve één… op Zijn naam komen wij nog. Maar de Bijbel is er ook duidelijk in, dat er vanuit deze gevallen staat er een uitweg mogelijk is. Niet door menselijke inspanning of verkrijgen van wijsheid, maar door verootmoediging, voor elke generatie weer.
En daarom heb ik uit Deuteronomium gelezen: Denk aan de dagen van vroeger tijd; let op de jaren van generatie op generatie. Vraag het uw vader, hij zal het u vertellen, vraag het uw oudsten, zij zullen het u zeggen.
En deze dingen zeg ik op een conferentie waarin wij onze voorvaderen herinneren… onze gezamenlijke voorvaderen… als Hongaren en Nederlanders…Vraag het uw vader, hij zal het u vertellen, vraag het uw oudsten, zij zullen het u zeggen. – Wat zouden onze vaderen ons vertellen? – Gelukkig hoeven wij het niet zelf te bedenken, maar is het ons bekend gemaakt.
Want als wij terugkijken naar 350 jaar geleden, en de bevrijding van de 26 Hongaarse predikanten door admiraal Michiel de Ruyter, zouden ónze (Hongaarse) vaderen niet zeggen: kijk naar ons… wat hebben wij goed ons best gedaan om vol te houden in de slavernij… – ze zouden die woorden zeggen, die zij als eerste gezegd, ja, gezongen hebben op het schip van Michiel de Ruyter: God heb ik lief, want die getrouwe Heer, hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen… Hij redt mij keer op keer. (Psalm 116: 1)– Zij zouden het verhaal vertellen van de kleine mens in de handen van een machtig God.
En úw voorvader – en dan doel ik op de Nederlandse broeders en zusters –, Michiel de Ruyter zouden ook niet zeggen: „kijk… wat was mijn mededogen toch groot om die arme Hongaarse predikanten te bevrijden”… Maar volgens ooggetuigen zou hij gezegd hebben: ‘Wij waren slechts werktuigen van God, Hem moeten jullie danken.” Hij zou ook het verhaal vertellen van de kleine mens in de handen van een machtig God.
Onze voorvaderen… wanneer wij ze gedenken… roemen wij in hun kracht, en hun deugd? Welnee… als zij dat niet eens doen… hebben wij daar nog minder recht toe.
Waarom gedenken wij het verleden? Niet omdat diens herhaling willen vermijden. Niet omdat wij het willen idealiseren. Maar omdat wij voorbeeld nemen aan onze voorvaderen die ons het verhaal vertellen van kleine mensen in de handen van een machtig God. En daarin… als het centrum van heel de geschiedenis… het kruis van die éne Naam: Jezus Christus. Alles wat Vóór hem was…keek naar Hem vooruit. Alles wat ná Hem kwam… moet op Hem terug kijken… en vooruit kijken naar het moment wanneer Hij wederkeert in al Zijn glorie.
Zo mogen wij leven – met onze ogen op het verleden…met ons hart in de hemel…en beide voeten op de grond. Tot eer van God, en dienst van elkaar. AMEN
Vertaling van een preek van Csongor A. Kelemen, verkondigd in de openingsdienst van de galeislaven-conferentie te Urk, op 14 februari 2026
