Lukas 10: 1-20
Meestal doe ik dat niet, maar deze keer vraag ik even aandacht voor het gewaad wat ik aan heb. Het is een Hongaarse predikantenmantel. Deze keuze is niet slechts een traditie maar heeft een diepere betekenis. Het is een verwijzing naar de tijden van de Reformatie zo’n 500 jaar geleden, toen het “gezuiverde” evangelie vanuit universiteiten in het Westen, in Duitsland, Nederland, Frankrijk ook naar het Hongaarse taalgebied is gekomen. Dat gebeurde veelal door Hongaarse theologiestudenten, die van hun studies terugkeerden naar hun geboorteland. En zij gingen door het land als rondtrekkende predikers, die nooit hun reismantel uitgedaan hebben. Altijd als wij, Hongaarse predikanten een predikantenmantel aan hebben, doen wij dat als verwijzing naar het feit dat wij in dezelfde (G)geest staan als onze voorgangers. Over soortgelijke, rondtrekkende predikers hebben wij gelezen in Lukas 10. Jezus zendt Zijn discipelen uit. Hun bagage was minimaal, maar ze namen wel het meest waardevolle meet: het Woord van de levende God, welk de kracht is om levens te veranderen. Wij zullen dit gedeelte vers voor vers kort doornemen.
Vers 1 beschrijft dat Jezus naast de oorspronkelijke 12 discipelen (dit wordt één hoofdstuk eerder beschreven), nog 70 anderen uitzendt. Deze getallen zijn niet zomaar cijfers; ze zijn geladen met betekenis. De 12 zouden kunnen verwijzen naar de 12 stammen van Israël, terwijl het getal 70 in de Joodse traditie werd gezien als getal van alle heidenvolken. En deze volgorde was ook bij het verspreiden van het evangelie te zien: eerst voor de Jood, dan voor de Griek.
In Vers 2 spreekt Jezus over oogst. Het is bijzonder dat Hij de discipelen niet alleen maar als “zaaiers” van het woord uitstuurt, maar ook als oogsters. Zij zullen namelijk ook de gevolgen van het gezaaide zaad zien, d.w.z. het antwoord daarop in geloof, en bijzondere tekenen van het Koninkrijk van God.
In Vers 3-4, leert Jezus ze afhankelijk te zijn van God. Jezus instrueert zijn discipelen om zonder bezittingen te reizen. Ten eerste, om hun vertrouwen op God te versterken, ten tweede, omdat het Evangelie niet iets is om daarmee winst te verkrijgen. Ook leert Hij ze om niet met zomaar iedereen onderweg aan de praat te raken (“groet niemand onderweg”), maar om heel gericht naar de mensen te gaan, ín hun huizen. Dit is een herinnering daaraan dat God ons niet “in het algemeen” zoekt door Zijn Woord, maar daar waar wij leven. Hij zoekt ons persoonlijk, voor een intieme band met Hem.
Verzen 5-7 laten de verschillende reacties op het evangelie zien. Terwijl sommigen het met vreugde ontvangen, wijzen anderen het af. Waar hangt dit van af? Van een keuze van de mens? Zo lijkt het wel. Maar Jezus zegt: waar een zoon van vrede woont, die zal u met vrede teruggroeten. Dus het is niet zo dat een mens tot Gods kind wordt door Zijn Woord aan te nemen, maar andersom, “een kind van vrede” zal de vrede van God beantwoorden. Dit gegeven was één van de belangrijkste thema’s van de Reformatoren, niet 500, maar 400 jaar terug, tijdens het verwoorden van de Dordtse leerregels, waar Gods verkiezing en de vrije wil van de mens ter discussie gesteld werden. Het bijzondere is dat de Bijbel beiden naast elkaar legt.
Verzen 12-15 breiden verder de ernst van het Evangelie en het afwijzen daarvan uit. Maar het bijzondere is, dat ongeacht de reactie, de boodschap die de discipelen brengen altijd hetzelfde hoort te zijn: het Koninkrijk van God is nabij. Voor iemand die het in geloof aanneemt is deze boodschap tot troost en heil. Voor iemand die het afwijst, is het een oordeel. Jezus zegt dat het oordeel over steden waar er grote tekenen van het evangelie te zien waren, veel ernstiger zal zijn, dan waar dat niet het geval was.
Als de discipelen verblijd terugkeren en verslag uitbrengen van hun missie in Vers 16, en zij vertellen grote wonderen gedaan te hebben in Jezus’ naam, spreekt Jezus in Vers 17-20 over de ware betekenis van hun ervaring. Ja, ze hebben wonderen verricht in Zijn naam, maar het grootste wonder is dat hun namen zijn opgeschreven in de hemel. Wat een nuchter en nederig makende boodschap! Bij het evangelie gaat het niet om welvaart, wonderen, gezondheid, succes, welzijn. Soms proberen Christelijke kerken daar de nadruk op te leggen. Al deze dingen zijn waardevol, maar verwelken naast het grote wonder dat God zondaren door pure genade een plaats geeft in Zijn koninkrijk.
Deze gedachte wil ik u vandaag meegeven: wij zijn allemaal rondtrekkende mensen op deze aarde, door het Woord van God geroepen om Zijn koninkrijk te verkondigen en te belichamen. Er zijn zo veel wonderbaarlijke dingen om aan te wijzen om ons heen: de natuur, ontmoetingen met mensen, gebeurtenissen die niet uit te leggen zijn, Gods aanwezigheid… laat ons niet verblind zijn voor deze tekenen, maar ze zien als bevestiging van het bestaan van Gods Koninkrijk. En laat ons elke dag opnieuw verwonderd zijn over het feit dat wij door pure genade in Christus deel mogen hebben aan dat Koninkrijk. AMEN
Preek van Csongor A. Kelemen, verkondigd te Zwolle, op 29 oktober 2023
