Hij laat niet varen het werk van Zijn handen

(2 Tim 2: 11-13)

Corrie ten Boom schreef het gedicht: ‘Mijn leven is een weefsel tussen mijn God en mij. Niet ik kies uit de kleuren; heel doelbewust werkt Hij. Soms weeft Hij er verdriet in en ik, door onverstand, vergeet; Hij ziet de boven- en ik de onderkant. ‘Als ’t weefgetouw zal rusten en de spoel niet meer schiet om, zal God het doek ontvouwen en verklaart Hij het ‘waarom’. Hoe nodig donk’re draden zijn in des Wevers hand naast gouden zilverdraden. Zó komt zijn plan tot stand’. – God heeft een van tevoren bepaald, goed ontworpen plan met de mens, en met de hele wereld. God heeft een heilsplan.

Het probleem echter is, dat wij van dit heilsplan – wat volgens ons geloof onze werkelijkheid doorgrondt, niet echt heel veel zien. Wij zien als het ware alleen maar de achterzijde van dit God-gewoven tapijt. En dan komt de onvermijdelijke vraag: als God zo’n goed doordacht, uit Zijn welbehagen komend plan heeft met de mens en de wereld, hoe kan het dan dat er zo verschrikkelijk veel pijn, haat, geweld, lijden en dood is in de wereld? Ik denk dat het in adventstijd zinnig is om ons deze vraag te stellen. Want advent is het feest daarvan wat wij belijden: God is de Heer van heel de schepping, van verleden, heden en toekomst.

Maar wat is Gods heilsplan? – Op de allereerste bladzijde van de Schrift lees je al dat Gods bedoeling, intentie, plan met de schepping essentieel goed is. Het doel van de schepping, met de mens erin begrepen: om mooi, om ordelijk, om goed te zijn. In enkele zinnen is één van de moeilijkste vragen van de mensheid te beantwoorden: Wat is de zin van het leven? Waarom zijn wij op de wereld? Gods Woord zegt: om God lief te hebben boven alles, en onze medemens als onszelf.

Maar waarom zien wij dat dan niet? Dit is misschien het meest pijnlijke voor ons. En deze is net als de vraag van daarnet ook geen nieuwe vraag. De mens van elk cultuur, omgeving en tijd stelde deze vraag. Bijvoorbeeld: Hoe kan God een goede God zijn als hij zoveel ellende heeft toegelaten aan mensen en aan heel de wereld? Vanaf Kain en Abel… tot de gevangenschap in Egypte, tot de ballingschap in Babylonië, ontelbaar vele bloedige oorlogen, verstrooidheid van Zijn volk over heel de aarde, en een van de grootste verschikkingen van de 20ste eeuw, de Holocaust? En wij komen steeds dichter bij onze tijd: Hoe kan God een goede God zijn, als er ook vandaag zoveel honger geleden wordt in de wereld? Hoe kan Hij een goede God zijn, als er zoveel mensen lijden door ziektes zoals AIDS, kanker, en honderden andere aandoeningen? Als er miljoenen lijden en sterven oorlog, ziekte, honger, geweld, onrecht? Probere het maar iemand om te ontwarren. Probere het maar iemand om orde te scheppen in de wereld – en het werd al wel vaker geprobeerd – maar het is nooit gelukt. En door deze redenering is het, dat er zo velen zijn, die zeggen: er is geen orde in de wereld, er is geen schoonheid, er is geen plan, er is geen liefde, er is geen God.

En toch is er hoop. Zo beginnen wij elke dienst: wij belijden een God die nooit laat varen het werk van Zijn handen. Hoe vaak is het wel niet gebeurd, dat wij, de mensen ons afgekeerd hebben van Hem, dat wij Gods plan gedwarsboomd hebben – ik heb u een paar voorbeelden genoemd. En steeds, Gods heilsplan blijft maar doorgaan. Koning David ervaart het ook, als hij in zijn psalm schrijft: Wanneer ik wandel te midden van benauwdheid, behoudt Gij mij in het leven; tegen de toorn van mijn vijanden strekt Gij uw hand uit, en uw rechterhand verlost mij. Uw goedertierenheid is tot in eeuwigheid, laat niet varen de werken uwer handen. – De apostel Paulus getuigt ervan tegen Timotheüs als hij schrijft: indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw, Hij kan zichzelf niet verloochenen.

Hoe kunnen wij ons dus weer richten op het heilsplan van God? Hoe kunnen wij een glimmer zien van de voorkant van dat geborduurde kleed? En het antwoord: kijk naar het kruis van Christus! Want het is het kruis, waarop het voor een en voor altijd duidelijk wordt: Gods heilsplan hangt niet van ons af. Want op het kruis heeft Hij de woorden gezegd: het is volbracht, het is bezegeld – het kruis is het bewijs daarvan, dat God niet loslaat het werk van Zijn hand, dat God zichzelf niet verloochent. En dit is zo prachtig in dat Schriftgedeelte uit de 2de brief aan Timotheüs. Als wij met hem sterven, zullen wij met Hem leven; Als wij volharden, zullen wij met Hem heersen; Als wij hem verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen – als wij ontrouw zijn – Hij blijft getrouw – want Zichzelf verloochenen kan hij niet. – de rillingen gaan door je lijf. Als wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw.

Gods heilsplan hangt niet af van wat wij doen, Gods heilsplan hangt niet eens af van wat wij geloven – alleen maar van dat kruis, rotsvast geplaatst in de midden van de heilsgeschiedenis. En dan nu, in adventstijd, mogen wij hiernaar kijken, en ons beseffen: Gods plan gaat door. Zoals hij beloofd heeft om een verlosser te sturen, en dat ook gedaan heeft in Christus, net zo zal deze Christus weer terugkeren in Zijn hemelse heerlijkheid, en dan zal er niemand meer zijn, die de prachtige voorzijde van Zijn gewoven plan niet meer ziet.

Maar tot aan die dag hebben wij een grote oproep en mogelijkheid. Een kostbaar evangelie, en een kostbare belofte. Want ook al zijn wij ontrouw, ook al zijn wij vol ongeloof, vol wantrouwen, vol wanhoop als wij kijken naar onszelf en naar de wereld: Hij blijft getrouw, want zichzelf verloochenen kan Hij niet. Hij kan en wil en zal het werk wat Zijn goddelijke hand begonnen heeft, niet loslaten. In onze allergelukkigste momenten zien wij dan een kleine glimmer van Gods werkelijkheid. En dan mogen wij zeker weten: Het is waar! Het door God gewoven kleed heeft een prachtige voorzijde. En door het kruis, door Christus mogen wij daar ook een deel van uitmaken. AMEN

Vertaling van de preeek van Attila Csongor Kelemen. Zwolle, 28 november 2021