“Ongelooflijk!”

Textus: Johannes 20: 24-31

Ongelooflijk. Onwaarschijnlijk. Onverklaarbaar. En toch is dat precies wat we met Pasen vieren: de opstanding van Jezus. Jezus zegt: “Wees niet ongelovig, maar gelovig.” Maar hoe geloof je in iets dat zo buitengewoon is? Hoe kun je je leven bouwen op iets dat tegen alle logica ingaat? Denk eens aan Sherlock Holmes, de fictieve detective die zijn zaken oplost met logisch redeneren. Zijn bekendste uitspraak is: “Wanneer je het onmogelijke hebt uitgesloten, moet wat overblijft, hoe onwaarschijnlijk ook, de waarheid zijn.” Een mooie manier om te denken – en eigenlijk lijken mensen in de Bijbel daar ook wel op.

OUDE SPEURNEUZEN

Wij denken misschien wel dat wij vandaag veel rationelere mensen zijn dan vroeger…dat zij in oude tijden bij- en goedgeloviger waren. Maar dat is niet dwingend zo. Ook de mensen die de dood en opstanding van Jezus van dichtbij hebben meegemaakt zochten naar alternatieve, logische verklaringen voor het mysterie. Dit waren de feiten: Jezus werd gekruisigd, stierf, en werd begraven in een bewaakt graf. Maar op de derde dag was het graf leeg. En dat moest verklaard worden. En afhankelijk van bij welke groep je hoorde, had je een verschillende houding. De Sanhedrin, de Joodse leiders, verzinnen een leugen: “Zeg maar dat Zijn discipelen Hem hebben gestolen.” Ze kopen de soldaten om. Liever een leugen dan hun ongelijk toegeven. De Romeinse soldaten raken in paniek. Hun leven staat op het spel. Zij hebben zeer goede reden om de leugen over te nemen. De vrouwen bij het graf krijgen als eersten het nieuws van de engelen: “Hij is hier niet, want Hij is opgestaan.” Bijzonder dat de engel ze ook een “bewijsstuk” aanwijst: “kijk, hier is de plek waar Hij heeft gelegen.” – als aan iemand die niet genoeg heeft aan de woorden van de engel. Petrus en Johannes haasten zich naar het graf. Ze onderzoeken het. Geen lichaam, alleen netjes opgevouwen doeken. Een cruciale aanwijzing. En dan Thomas – de bekendste twijfelaar. Hij wil bewijs. Hij wil zien, voelen. En wat doet Jezus? Hij laat het hem zien. Dan zegt Thomas: “Mijn Heere, en mijn God.

MODERNE SPEURNEUZEN

En nu een sprong naar onze tijd. Ook vandaag zoeken mensen naar verklaringen voor het mysterie van het lege graf. En wederom, afhankelijk van bij welke groep je hoort, heb je andere alternatieve uitleggen. De meesten Judaïstische Joden, ook vandaag gaan nog voor het verhaal van de Sanhedrin. Vele Moslims geloven liever een uitleg die de Koran geeft: mensen dachten alleen maar dat Jezus stierf aan het kruis, maar Hij stierf niet echt, dus is Hij ook niet opgestaan. En dan heb je nog de naturalisten, atheïsten. Bij hen gaat een gesprek als volgt: Jezus kán niet opgestaan zijn…want dat is onmogelijk. Waarom is het onmogelijk? Omdat wij geen voorbeelden hebben in de natuur daarvoor dat dat gebeurt. Maar…is de opstanding van Jezus geen voorbeeld dan? Ja…maar die telt niet. Dat is véél te buitengewoon om als voorbeeld te tellen.

Ja… dat zeggen wij ook. Dat vonden alle mensen rondom Jezus óók. Het is buitengewoon, uniek, een wonder God. Nee… er moet een andere oplossing zijn… het moet gewoon een verzonnen verhaal zijn. Want als ze het ongelooflijke antwoord zouden aannemen… zouden zij Christenen moeten worden.

Maar je hebt ook een ander kamp, meestal wel gelovige mensen (bijvoorbeeld Tom Wright, Lee Strobel, Gary Habermas, Frank Turek), die net als Sherlock Holmes, de alle feiten willen verzamelen, en zo tot een conclusie willen komen. Ze zeggen: de kruisdood en het lege graf van Jezus zijn historische feiten. Zoals ook het ontstaan van de kerk die geloofde in Zijn opstanding. Zijn de uitleggen van leugens, massa-illusie, verzinsel – redelijk? En ze wijzen op opmerkelijke aanwijzingen:

  1. Radicale verandering bij de discipelen – De streng Joodse discipelen veranderden compleet van houding en overtuiging, bijvoorbeeld over de opstanding. De opstanding werd de kern van hun geloof. Dat gebeurt niet zomaar.
  2. De Messiasverwachting – De Joden verwachtten een sterke, levende Messias, geen gekruisigde. Als Jezus dood was gebleven, was hun hoop vervlogen. Maar ze bleven geloven – sterker nog: ze predikten het met gevaar voor eigen leven.
  3. Eenvoudige verhalen – De evangelieverslagen zijn opvallend sober. Geen sensationele versieringen, maar duidelijke feiten.
  4. Uiteenlopende verhalen – Als het een verzinsel was geweest, zouden de discipelen er waarschijnlijk op hebben gelet dat er geen verschillen waren gebleven in de evangeliën. Maar juist die verschillen vertellen over uiteenlopende belevingen van de getuigen.
  5. Beschamende details – Als het een verzinsel was, is het hoogst onwaarschijnlijk dat zij beschamende details erin zouden hebben gestopt, zoals Petrus die Jezus verloochent, de discipelen die vluchten, dat het vrouwen waren die het bericht eerst hoorden…
  6. Bereidheid tot lijden – Waarom zouden de apostelen bereid zijn te sterven voor iets waarvan ze wisten dat het niet waar was?

Kortom: als je alle andere verklaringen uitsluit, moet wat overblijft, hoe onwaarschijnlijk ook, de waarheid zijn. Daarom zei Tim Keller een keer na het lezen van een van de boeken van de bovengenoemde schrijvers: “Ik legde het boek neer, en zei: O, mijn God! Het is écht gebeurd!” – Hij had zelf een Thomas-moment, die ook neerviel in verwondering en ontzag voor de voeten van Jezus.

EN WIJ DAN?

Hebben wij zulke bewijzen, argumenten, redeneringen nodig? Misschien niet. Misschien zeg je: “Ik geloof het gewoon…het is gewoon zo.” Dat is mooi. Maar misschien weerklinkt in dit nonchalante antwoord ook dat je niet voldoende beseft wat dat betekent. Misschien zeg je: “Ik heb geen argumenten nodig. Ik geloof als een kind.” Dat is mooi. Maar het is ook waardevol om te weten dat je geloof redelijke gronden heeft. In een wereld vol sceptici is het goed om te weten waarom je gelooft – zoals 1 Petrus 3:15 zegt: “Wees altijd bereid tot verantwoording.” Misschien zeg jij: “Ik kan het niet geloven zonder bewijs.” Er is bewijs genoeg. Niet het soort bewijs dat je dwingt – maar wel voldoende om te laten zien dat het geloof in de opstanding niet blind is.

Maar uiteindelijk is er één ding belangrijker dan al het bewijs, alle argumenten: het persoonlijke ontmoeten van de opgestane Jezus. Niet fysiek, zoals Thomas, maar door Zijn Woord en door Zijn Geest. En dát is wat iedereen die werkelijk gelooft, ervaart. Dus laten we de woorden van Jezus aan Thomas ter harte nemen: “Wees niet ongelovig, maar gelovig.” En laten ook wij Hem ontmoeten, in geloof, en samen met Thomas zeggen: “Mijn Heere, en mijn God.” Amen.

Vertaling van een preek van Csongor A. Kelemen, verkondigd te Zwolle op Tweede Paasdag, in de Lutherse Kerk.