Straf – Relaties – Bemoediging

1Joh 4,6-21; Gen 3, 1-19.

Aan het begin van deze dienst vraag ik u om met uw buurman, -vrouw kort te delen hoeveel tijd u voor de spiegel hebt doorgebracht voor vertrek naar de kerk? Was daar de tijd en de mogelijkheid voor of lukte het niet tussen de bedrijven door?
Zo nodig ik u uit om samen in de spiegel te kijken van Gods Woord. Niet vluchtig maar met aandacht zodat we onszelf daarin kunnen zien als schepselen van God: mooi geschapen naar Zijn beeld. Wij zijn allemaal uniek, bijzonder, mooi en nuttig. Wij zijn uitverkoren!
Maar wat hebben wij gedaan? We wilden goden zijn. We dachten geen spiegel nodig te hebben: we hebben God en een relatie met Hem niet nodig.
De zondeval wordt gezien als het kantelpunt waar het allemaal misliep. Hadden we het dan niet goed daar in het Paradijs? We waren in Gods aanwezigheid, zagen we duidelijk wie we moesten weerspiegelen en sindsdien zijn we afgesneden van God.
Vandaag wil ik drie dingen uit het Woord met jullie delen die nog steeds relevant zijn, nog steeds invloed hebben op wat we in de spiegel zien.

1. Straf

Noteer dat God de mens niet heeft vervloekt: noch de man noch de vrouw; Hij heeft de slang en de aarde vervloekt. Dit alleen al zou een reden tot vreugde moeten zijn, tenslotte stond de doodstraf op ongehoorzaamheid. Er is er dood. De laatste vijand zullen we tegemoet komen maar dat mogen we doen als kinderen van God: verlost in Christus. Zie dat de slang enkel in staat is om ons te verleiden in tegenstelling tot God die de macht heeft om te oordelen.
De straffen hebben degelijk een effect op het leven van de mens, vandaag de dag nog. Toch is het eigenlijk beter om het zo te zien: het zijn de gevolgen van de zonde die zo veel leed veroorzaken.
Hoe zit het met de vrouw? Zwangerschap is iets moois, ook al kan het veel zorgen met zich meebrengen. Het romantiseren ervan was bij mij afgelopen toen ik mijn vrouw zag met de ochtendmisselijkheden, de onzekerheid, toen ik het te maken kreeg met haar hormoonwisselingen om maar te zwijgen over de ongemakken van de laatste loodjes en van de bevalling zelf met ál die pijn. Het is goed om te beseffen, ook voor de mannen, wat een offer het is om een kind te baren.
Dan is daar de man met zijn zorgen over het brood om het op de plank te krijgen. Ook al werkt man én vrouw, lijkt de man het zwaarder te tillen wanneer het niet lukt. Ondanks dat wij het nu zo veel breder hebben dan onze (groot)ouders, lijkt het nooit genoeg te zijn. Het komt maar zelden voor dat iemand het genoegen neemt met wat hij heeft. Het werken is zwaar, onder welke omstandigheden het ook gebeurt: als het fysiek werk is, is het belastend voor het lichaam, zo niet kan het mentaal zwaar vallen. Als werken zo makkelijk was, kwam de man niet moe naar huis.

2. Relaties

‘Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen’ (Gen.3:16) Het is niet leuk om dit te lezen/horen.
Er kunnen talloze grappen gemaakt kunnen worden over de schuld van de vrouw maar in feite is de verantwoordelijkheid even groot van beiden. God heeft niet tegen Adam gezegd: lieve Adam, heers over je vrouw. Nee, Gods opdracht is dat zij samen over de natuur heersen. God heeft de mens geschapen om vrij te zijn, en toch willen we zo vaak elkaar bezitten, over elkaar heersen. Dit is niet wat God gewild zou hebben. Zijn bedoeling was dat wij elkaar aanvullen. Dat de ouders vader en moeder zijn. En vandaag de dag zijn we bang om dit te zeggen, bang om iemand kwetsen.
Hoe ging dat in de reeks van elkaar de schuld geven? Niet ik, de vrouw! Niet ik, de slang! Is het ons opgevallen wie Adam eigenlijk de schuld geeft? Adam zegt: “de vrouw die je me gaf” Dus Adam geeft in feite God de schuld en hiermee zien we het beeld vervormen in de spiegel. Wat we hier zien gebeuren is precies hetzelfde wat mijn 3-jarige zoon doet als er iets kapot gaat in huis. “Het was niet mijn schuld, de vaas stond op de verkeerde plek.”
Adam neemt de verantwoordelijkheid niet op zich wanneer hij niet Eva herinnert aan Godswoord en daarmee haar het vrucht laat eten. Hij faalt, is niet mans genoeg, bovendien verschuilt hij zich achter zijn vrouw. De vrouw doet precies hetzelfde als haar man wanner ze de verantwoordelijkheid afschudt. Hoe vaak zien we dit niet in de wereld, in de politiek en helaas ook in het gezin!
Aan de vrouwen kan ik nu de vraag stellen wie gemakkelijker te gehoorzamen is: een man die godvrezend en oprecht is, recht en standvastig; of iemand die nog nooit onder de rok van zijn moeder vandaan is gekomen. Veel vrouwen worden om deze reden gedwongen om de leiding op zich te nemen in het gezinsleven.
Een boodschap aan de mannen: de brief aan de Efeziërs (5,21-33) legt heel duidelijk uit dat de man zijn vrouw lief moet hebben zoals Christus de kerk liefheeft. Je leven voor haar geven, beste mannen, is geen geringe taak.

3. Bemoediging

De vraag is terecht: is er nog iets goeds na dit alles? Jazeker! In de straf die bij God vandaan komt, zit de bemoediging verschuild. God had op de plaats van Adam en Eva een nieuw stel kunnen zetten dat gehoorzaam was en toch deed het niet omdat Hij de mens de vrijheid gunt. Echter is vrijheid zonder verantwoordelijkheid verwoestend. De mens keert zich keer op keer tegen God en gaat nog verder: wil zelfs god zijn. Echter blijkt het elke keer dat het niet gaat: wij zijn géén god!
God had de mens kunnen vernietigen, maar zelfs met Zijn straffen gaf Hij ons betekenis, drukte Hij Zijn liefde voor ons uit en verbrak Hij de relatie die we met Satan waren begonnen. We hebben toegegeven aan vleierij, we hebben geluisterd naar verleiding, en toch heeft Hij Zijn liefde voor ons uitgedrukt, maar hoe?
Het belangrijkste deel van dit Woord is dat Hij Satan voor altijd tot onze vijand heeft gemaakt. We kunnen niet met hem verdergaan, maar zijn altijd met hem in strijd. Satan is ook onze vijand (een vervloekte vijand die kan verleiden, overhalen, beïnvloeden) maar is machteloos in zichzelf, vooral tegenover God maar ook tegen ons.
Dit betekent niet dat we geen gevechten zullen hebben in dit leven. Die zullen er zijn, maar we hebben altijd een keuze. God heeft ervoor gezorgd voordat Hij ons op onze reis zette, dat we op elk moment van het leven een keuze hebben. Willen we vechten aan Gods kant, of willen we aan de andere kant staan?

Ten slotte nog een gedachte om mee te geven: we kunnen wat bladeren aan elkaar naaien als kleding, maar zelfs na onze val kleedt God ons met dierenvellen, rust Hij ons uit met een doel en een wapen.
Laten we onze spiegel tevoorschijn halen, erin kijken en samen zeggen: ik ben van U, ik vecht naast U en op een dag zal ik bij U zijn, lieve Vader.
Amen

Vertaling van een preek van István Lészai, verkondigd in de Lutherse Kerk te Zwolle, op 10 november 2024