
Volkslied
Op! Het vaderland roept u Magyaar;
Nu of nooit is voor u de ure daar,
Of gij vrij, dan wel als slaaf wilt leven,
Op die vraag moet gij thans antwoord
geven. –
Nu bij der Hongaren God
Zweren wij,
Zweren: dat geen onzer ooit
Slaaf meer zij.
Moesten we ook tot heden knechten zijn,
Aan de vaadren nog in ’t graf tot pijn,
Die niet rusten konden onder slaven,
Waar zij voor de vrijheid ’t leven gaven;
Nu bij der Hongaren God
Zweren wij,
Zweren: dat geen onzer ooit
Slaaf meer zij.
[…]
Heller dan de keetnen blinkt het zwaard,
Meer tot tooi te dienen is het waard,
En zoo wij toch ’t wicht der keetnen
droegen, Kom thans zwaard, waarmee
de vaadren sloegen.
Nu bij der Hongaren God
Zweren wij,
Zweren: dat geen onzer ooit
Slaaf meer zij
Stralen zal weer de Hongaarsche naam,
Waardig weer der oude, groote faam,
Wat sinds eeuwen donker op ons brandde,
Wasschen wij thans af, den vlek der schande.
Nu bij der Hongaren God
Zweren wij,
Zweren: dat geen onzer ooit
Slaaf meer zij
[…]
Vertaling: A.S.C. Wallis (=Adele Opzoomer), 1889 (online: dbnl.org)
Nationaal lied
Wees sterk Magyaar, het land vergt uw kracht,
De dag dringt, niet meer gewacht.
Of gij vrij man danwel gevangene wordt,
Beslist gij nu, uw tijd is kort.
Wij die tot nu slaven waren,
Willen vrijheid, bij de God der Hongaren!
Slaven waren wij tot heden,
Terwijl de vaderen hellepijn leden;
Wie leefden en stierven in een vrij land,
Kunnen niet rusten in een geknecht land.
Wij die tot nu slaven waren,
Willen vrijheid, bij de God der Hongaren.
Laaghartige mensen en gemene,
Die als het moet niet durven sneven,
Wie het vege lijf is het dierbaarste pand
En niet de eer van het vaderland.
Wij die tot nu slaven waren,
Willen vrijheid, bij de God der Hongaren.
Blanker dan ketenen is het zwaard,
Voor een man meer dan goud waard.
Wie wil nog de ketenen dragen?
Ons zal meer het zwaard behagen.
Wij die tot nu slaven waren,
Willen vrijheid, bij de God der Hongaren.
Mooi zal klinken weer onze naam,
Waardig aan onz’ aloude faam.
Eeuwen is hij door het slijk gesleurd,
Wij heffen hem op: weer onbesmeurd.
Wij die tot nu slaven waren,
Willen vrijheid, bij de God der Hongaren.
Waar wij dan als helden vielen,
Zullen onze kinderen nederknielen,
En ons zegenend gedenken,
En ons heilige namen schenken.
Wij die tot nu slaven waren,
Willen vrijheid, bij de God der Hongaren.
Vertaling: Antal Sivirski, 1974 (online: dbnl.org)
Megjelent a Zwollei Harangszó 2023/7. számában, mely letölthető itt.
